JOURNAL

juli 24, 2024

EVEN VOORSTELLEN: Ingeborg Meijssen Textiles

"WEVEN MET DE SCHOONHEID VAN DE NATUUR"

Voordat Ingeborg in 2017 begon aan de weefopleiding in Amsterdam had ze bijna 25 jaar als jurist in de Nederlandse en Engelse financiële sector gewerkt. De laatste 10 jaar had ze haar eigen adviesbureau, toch knaagde er al langer iets aan haar: “ik ben veel te visueel en tactiel ingesteld voor het werk dat ik deed. Ik heb op mijn 5e leren breien van mijn oma en ben in mijn vrije tijd altijd bezig geweest met stoffen en garens.” Toen Ingeborg in 2016 stopte bij haar eigen bedrijf was het daarom ook duidelijk dat ze in de textiel haar passie zou vinden, maar op welke manier was nog iets om te ontdekken. Na wat omzwervingen in (digitaal) patroon ontwerpen, viel het kwartje tijdens een workshop ‘Rag rug weaving’ in het Textielmuseum in Tilburg. Ze had nog nooit geweven maar in die ene middag was ze verkocht! Ze volgde daarna een twee jarige weefopleiding bij Weefacademie Sytze Roos in Amsterdam. Inmiddels is ze professioneel weefster en textiel-historisch onderzoeker.

“De 2 C’s van Circulair en Creatief zijn heel direct op mij van toepassing”, zegt Ingeborg. “Creatief ligt voor de hand: ik weef meterstoffen voor toepassing in fashion en interieur. Circulair omdat vrijwel al de door mij geweven wollen stoffen afkomstig zijn van Nederlandse schapen. De vachten van Nederlandse schapen worden bijna allemaal weggegooid of vernietigd, omdat er geen markt meer voor is. Vroeger werden er dekens van geweven waar je onder sliep maar sinds het dekbed in de jaren 80 werd geïntroduceerd worden die dekens niet meer gemaakt. Nederland is een handelsnatie: als er geen vraag meer naar een product is dan stoppen we rigoureus met het maken van het product en worden alle machines verkocht. Zo is uiteindelijk de hele textiel-industrie én veel kennis uit Nederland verdwenen. En voor wat betreft wol, blijven boeren zitten met de vachten van hun schapen… Bizar, in een tijd waarin we de mond vol hebben van circulair en duurzaam worden vachten van schapen, die elk jaar weer opnieuw aangroeien, gewoon weggegooid.”

In 2018 is Ingeborg begonnen met het verzamelen van vachten bij boeren door heel Nederland. Ze laat de vachten spinnen bij één van de weinige spinnerijen die we in Nederland inmiddels weer hebben. Van de garens weeft ze zelf haar stoffen, op een van de mooie oude weefgetouwen die ze heeft staan. Zo heeft zij haar eigen Nederlandse circulaire producten, van wollen vacht tot eindproduct, weten te realiseren. Haar wollen meterstoffen zijn een beetje ‘tweed-achtig.’ Het bedrijf New Tailor, een mannen tailor onderneming met winkels in Utrecht en Amsterdam, maakt in hun eigen atelier van de stoffen prachtige buitenjasjes voor mannen. Bij aanschaf is het jasje Nederland dus nog niet uit geweest. Sinds kort heeft ze ook een jasje voor zichzelf laten maken, hoe langer je het draagt hoe mooier de stof zich vormt.

Atelier Gouwe Klauwe, een meubelstoffeerderij in De Pijp, gebruiken haar stoffen, om meubels mee te bekleden. Omdat de 100% wollen stof brandwerend, ademend, anti-allergeen en vuilwerend is, allemaal kwaliteiten van wol die we bijna vergeten zijn, is het uiterst geschikt als meubelstof.

Daarnaast is Ingeborg betrokken bij een groot project voor het ontwikkelen en vervaardigen van plasticvrije gordijnstof. In gordijnstof zitten microplastics, die slecht zijn voor onze gezondheid en voor het milieu. In plaats daarvan wordt stof ontwikkeld van in Nederland verbouwd vlas en Nederlandse schapenwol. De wol maakt de stof brandvertragend en de combinatie van linnen en wol in één stof is heel erg mooi.

Het eerste weefgetouw kocht ze van haar weefdocent terwijl ze nog op de opleiding zat. Het tweede weefgetouw kwam op een hele mooie manier op haar pad, vertelt Ingeborg. “In mijn opleiding had ik één mannelijke medestudent. Hij was ouder dan ik. Hij had in de jaren 70 leren weven van een Zweedse mevrouw bij wie hij een tijd in Zweden woonde. Eenmaal met pensioen wilde hij weer gaan weven en ging hij tegelijk met mij de opleiding doen. We konden het goed met elkaar vinden en bewonderden regelmatig elkaars werk. In het tweede jaar werd hij ernstig ziek. Niet lang voor zijn dood belde hij mij en zei: ‘Als ik er straks niet meer ben, moet er toch iets met het weefgetouw van mijn Zweedse ‘moeder’. Ik kan alleen maar bedenken dat jij daar hele mooie dingen op gaat maken.’ En zo kreeg ik na zijn overlijden, zijn dierbare weefgetouw en ik weef er regelmatig mooie dingen op.”

Haar derde weefgetouw zit net in elkaar en is er eentje van historische waarde. Hij stamt waarschijnlijk uit de 18e eeuw en Ingeborg is druk bezig hem functioneel te maken, samen met een meubelrestaurator. Als het eenmaal operationeel is gaat ze het gebruiken om reconstructies op te weven in het kader van het PhD onderzoek dat ze uitvoert naar 17e eeuws schildersdoek. Ingeborg: “Ik werk nu zo’n 4 jaar, samen met een schilderijen restaurator van het Rijksmuseum en een hoogleraar materiaalkunde van de UvA, aan een onderzoek naar 17e eeuws schildersdoek. Hoe werd canvas in de 17e eeuw geweven, door wie en hoe kwamen schilders als Rembrandt, Vermeer, Frans Hals en andere grote meesters aan het doek waarop zij hun schilderijen schilderden? Hier is wereldwijd nog maar heel weinig onderzoek naar gedaan terwijl schildersdoek ons iets kan vertellen over bijvoorbeeld de oorspronkelijke afmetingen van een schilderij, of 2 schilderijen bij elkaar horen of misschien ooit een groot schilderij zijn geweest etc. Een fascinerend en kunsthistorisch belangrijk onderzoek!”

Sinds oktober 2023 heeft ze haar ruimte betrokken in de Centrale Markthal: “Ik vind het ongelofelijk belangrijk dat erfgoed bewaard en gebruikt wordt. Mijn werk als weefster is ook een soort erfgoed en ik merk vaak hoe jammer het is dat kennis en kunde verloren gaat als we niet zuinig zijn op de gebouwen, materialen en mensen die dat erfgoed levend kunnen houden. En dat geldt ook voor de Centrale Markthal; voor het gebouw, het verhaal en de lessen die we daar ook nu (of juist nu!) nog van kunnen leren.”

foto’s Chris van Houts
website Ingeborg Meijssen